ss Conchita

Vogels en douane

Pedro, onze kapitein, heeft een hond aan boord., Whisky, een middelgrote bastaard. Hij is een echte scheepshond en de vriend van iedereen aan boord, maar uiterst afstandelijk tegenover vreemden. Hij weet precies aan welke kant de loods aan boord komt, vliegt in een sprint die reling kant op en blaft dan uitgebreid over de rand van het dek naar de loodsboot als welkom.

Op een keer, midden in de winter, bij het overnemen van de loods te Inverness, gaat het bijna fout. Whisky neemt zijn zoals gewoonlijk een run naar bakboord reling, maar bemerkt te laat, dat het dek in de zijde glad is. Wanhopig remmend, met alle vier de poten zijwaarts uitgestrekt, komt hij gelukkig met een smak tegen een opstaande stut van de reling tot stilstand en blijft even beduusd liggen, alvorens zijn gebruikelijke blafje te doen. Mensen die zonder begeleiding van een schepeling op het kapiteinsdek komen, worden begroet door een grommende, blaffende hond. Menige reus maakt dan rechtsomkeert. Sinds kort geleden enige leden van de Spaanse bemanning zijn staart in de rode menie hebben gedoopt is hij niet zo dol meer op deze medewerkers met uitzondering van de tweede hofmeester. Verder doet hij zijn naam eer aan. Bij de gebruikelijk namiddagborrel in de hut van de second ligt Whisky op de bank, totdat een bordje bier wordt geserveerd. Op een gegeven middag heeft hij blijkbaar op meerder plaatsen iets te drinken gekregen. Na ons bordje bier roept zijn baasje. Hij springt van de bank en belandt met een smak op zijn buik. Zijn poten weigeren hun werk. Het lukt hem toch met een spurt de hut te verlaten en vliegt daarbij uit de bocht en met een bons tegen de wand van de medicijnkast. We horen even later de kapitein hevig vloeken, wanneer Whisky van weeromstuit zijn plasje in de hut doet. We krijgen die middag standaardorders van Pedro de hond niets meer aan te bieden dan water!

In de zithut van de kapitein is tegen de achterwand een grote volière gebouwd waarin een ruim aantal tropische vogeltjes dartel te keer gaan. Wanneer in sommige havens de twistpunten met de douane en andere hoogwaardigheidsbekleders te groot worden, laat de kapitein ze vliegen, de volgels dan. Het licht gaat uit en een lamp in een andere hoek van de hut gaat aan. De kooi open en de vogeltjes vliegen naar het licht. Licht uit en licht in de kooi aan en terug gaan ze. Voor mensen die niets van dieren weten een wonder en het blijkt, dat er op de wereld vele van dat soort simpelen van geest zijn. De aandacht wordt afgeleid van de problemen en dat is de bedoeling van Pedro, een groot pedagoog.

Pedro is een scharrelaar, die zijn grootste trucs in Rotterdam uithaalt. Op de eerste retourreis van de West naar Rotterdam hoor ik 's avonds op wacht een gerommel en gestommel vanuit de onderliggende slaaphut en zithut van de kapitein. Ik zoek me rot, maar kan noch in het stuurhuis noch op de brugvleugels iets vinden. Het raadsel wordt aan het einde van mijn wacht opgelost. De kapitein roept me, wanneer ik langs zijn hut naar beneden ga en schenkt een biertje in. Op zijn vraag, "Je hebt zeker wel dat gebonk gehoord", antwoord ik bevestigend. "Kom maar mee". We gaan de slaapkamer in waar de plafondlamp in zijn geheel van het plafond is geschroefd. De ruimte tussen het plafond van de hut en de onderkant van de vloer van het stuurhuis ligt vol met sloffen sigaretten en flessen drank. De identieke ruimte onder het plafond in de zithut is op dezelfde wijze "geciseleerd". "Voor Rotterdam" zegt Pedro en lacht tevreden. "Hoe krijgt U die er weer uit", merk ik op naar de korte armen van de kapitein kijkend. Hij toont mij een bezemsteel met aan het einde een klem, die met, een langs de stok lopende en bewegende, hefboom dicht of open kan worden gemaakt. Voor de flessen is er een, op flessenhalzen passend, hulpstuk. Je moet er maar opkomen. Zoals gewoonlijk wordt in Rotterdam de douane en immigratie door de kapitein op zijn eigen wijze onthaald. Iedereen kent hem en zelfs de portier van het terrein komt even langs. "Er ligt een kippetje bij de kok", roept de kapitein hem toe. De portier wuift en vertrekt. Na het vertrek van de gezagsdragers en andere officiële randfiguren is het even stil. Even later komt de kapitein naar beneden naar het scheepskantoortje en belt de portier aan de hoofdpoort. "Alles veilig, Klaas"?

Na een blijkbaar bevestigend antwoord, "Als je trek hebt, ligt er morgen nog wat klaar". Pedro vraagt aan mij een paar sterke matrozen, die even later een drietal afgeladen koffers aan de wal naast zijn auto zetten. "Ik kom straks de rest wel halen". En inderdaad worden enige uren later de drie leeg teruggebrachte koffers wederom gevuld aan land gebracht. Pedro rijdt in totaal drie keer heen en weer. Na een blijkbaar bevestigend antwoord, "Als je trek hebt, ligt er morgen nog wat klaar". Pedro vraagt aan mij een paar sterke matrozen, die even later een drietal afgeladen koffers aan de wal naast zijn auto zetten. "Ik kom straks de rest wel halen". En inderdaad worden enige uren later de drie leeg teruggebrachte koffers wederom gevuld aan land gebracht. Pedro rijdt in totaal drie keer heen en weer. Na een blijkbaar bevestigend antwoord, "Als je trek hebt, ligt er morgen nog wat klaar". Pedro vraagt aan mij een paar sterke matrozen, die even later een drietal afgeladen koffers aan de wal naast zijn auto zetten. "Ik kom straks de rest wel halen". En inderdaad worden enige uren later de drie leeg teruggebrachte koffers wederom gevuld aan land gebracht. Pedro rijdt in totaal drie keer heen en weer. De wijze waarop de kapitein deze stunt gelukt en waarschijnlijk niet alleen in Rotterdam, maakt een aantal officieren enthousiast om ook eens iets in het groot te doen. Bij een van de volgende reizen in een serie van vier reizen van Curaçao naar Buenos Aires besluiten een aantal stuurlieden en werktuigkundigen onder leiding van de sparks een smokkelpoging te wagen. Het is welbekend, dat de loodsboot aan het begin van Rio de la Plata bereid is sigaretten en drank over te nemen. De sparks zal hen bij een volgend radiotelegrafisch contact polsen. Zo gezegd, zo gedaan. Bij aankomst op het loodsstation ter hoogte van Montevideo komt de loodsboot langszij. De loods komt aan boord en een gevulde zak wordt gevierd. De loods geeft de sparks een enveloppe met geld. Het werkt. De kersverse smokkelaars zijn de hele tijd in Buenos Aires nerveus en verwachten elk ogenblik te worden opgepakt. Wat gebeurde er? Zeer tegen de gewoonte in Buenos Aires in, wordt het schip na het afmeren bezocht door de zwarte bende. Een volkomen loos gebaar in het licht van de enorme corruptie van het machtsapparaat aldaar. Wij zijn er niet op verdacht, maar gelukkig blijft de zoekactie beperkt tot de verblijven van onze Spanjaarden. Een grote hoop sigaretten, zeker wel 70 tot 80 sloffen, en een evenredig grote lading whisky worden gevonden. Enige douane beambten brengen hun vondst naar de hut van de kapitein om de boetes te regelen. Deze heeft zijn slaaphut reeds geopend en verzoekt hen de gevonden onrechtmatigheden op het bed te leggen. Na de laatste slof gaat de deur dicht.

De douanebeambten worden uitgenodigd plaats te nemen in de zithoek. Pedro en de tweede hofmeester stoppen hen vol met drank en sigaretten. "Whisky" wordt ten tonele gevoerd en na zijn kunsten te hebben vertoond, verlegt de aandacht zich naar de vogeltjes. Meer drank en de ouwe geeft gul een paar pakjes sigaretten weg. De hut wordt opgelijnd voor een vogelshow met het gebruikelijke succes. Wat er verder gebeurd is, wordt niet bekend gemaakt, maar de douane verlaat het schip in optimale stemming en zonder de contrabande.

Uit: Olie in de Golven, door Jan Aartsen (1992)