ss Conchita

Verhalen van toen

Mijn eerste kennismaking met Curaçao

Het was voor de oorlog en de Ceronia, Europese officieren, Chineze bemanning, moest een lading olie halen in Bullenbaai op Curaçao.

Een dag voor aankomst stierf een der Chinezen. Het was geen zaak van "een, twee, drie in god's naam" nee, we waren zo dicht bij onze bestemming, hij werd bewaard. Bij aankomst kwam de dokter aan boord die constateerde dat de man een natuurlijke dood gestorven was en "begraven" kon worden. Begraven in Curaçao is een handeling op zich zelf. De grond is zo hard dat een gat graven ondoenlijk is, vandaar dat er een soort kistje van betonstenen, waar een doodkist in past, op de grond gemetseld wordt, de kist wordt er in geplaatst, de lege ruimte gevuld met zand en de top dichtgemetseld met een paar betonnen platen. Men gaat niet weg voor dat dit afgehandeld is. En zo gebeurde het. De eerste stuurman en ik werden aangewezen tot vertegenwoordigers van de Ceronia en driekwart van de bemanning gaf de wens te kennen ook mee te willen. De begrafenis ondernemer zorgde voor het benodigde transport.

In Curaçao ging destijds alles per "busje" (stationwagon), er was geen tram, bus of trein. De busjes reden een min of meer vaste route, men stopte ze door de hand op te steken om in te stappen en vroeg de chauffeur te stoppen om uit te stappen bij de volgende winkel of hoek, er waren geen vaste haltes. Het is zeer wel mogelijk dat men tussen een zak uien en een koppel levende kippen, gekneld tussen de eigenaars, terecht kwamt.

De karavaan was als volgt samengesteld, een busje met de vertegenwoordigers, de begravenis ondernemer en de kist, en een busje vol Chinezen, van Bullenbaai naar de begraafplaats aan de Roode weg. Aangekomen bij Mundo Nobo gingen wij links af , de bus met Chinezen reed recht door, richting Otrabanda, wij dachten dat ze een kortere weg namen.. Daar stonden wij, drie man, waarvan twee in blauw winter uniform, te wachten, net als Anna. Uiteindelijk werd besloten om het ter aarde bestellen dan toch maar door te laten gaan en zo sjouwden wij, drie man sterk, de kist, met hengsels van halve buisjes die in je handen sneden, in de gloeiende zon, over de begraafplaats, waar we nog ongeveer een uur met onbedekt hoofd stonden te staan.

De volgende morgen moest de hulp van de politie ingeroepen worden om de nog steeds afwezige Chinezen uit verschillende huizen (a house is not a home) te halen om ons vertrek mogelijk te maken.

PaulB

P.S.
Wij, de Berendsen hebben na de oorlog nog ruim 20 jaar op Curaçao gewoond, en iedere keer dat ik weer op de Roode Weg kwam moest ik aan mijn eerste kennismaking denken, iets om nooit te vergeten.