ss Conchita

Belevenissen van een stuurman bij de N.I.T.

Er was eens, heel lang geleden, een vloot van Shell tanker(tjes), 2000 ton, van de Nederlands-Indische Tankstoomboot Maatschappij, die olie tankfarms in Indie van de ene kant (Pladjoe) naar de andere kant (Shanghai) door heel Zuid Oost Azie van Olie voorzagen. Het was geen slecht leven, zo als jong derde stuurman, net 20 jaar, die Gordel van Smaragd te bevaren.

Veel haast was er niet altijd. Bijvoorbeeld in Tandjong Priok pompten we de walleidingen om 16.00 uur vol zeewater want de leidingen liepen door Kampong Kotja, waar men omstreeks die tijd de kookvuurtjes begon te stoken. Dus als we niet naar Batavia gingen was het een boerennacht geblazen. De kalies die we op en af gingen waren niet bevuurd, geen lichtboeien, dus tegen de nacht gingen we voor anker. Een nadeel was, muskieten van ongekende grootte en bloeddorst. Een ander nadeel was dat je voor 3 of 4 jaar van huis ging, wat in die ververvlogen tijd niets byzonders was. Als je in de kolonien ging werken, Gouvernement, Leger, Marine of als Planter, dan was daar een minimum tijd aan verbonden, meestal 6 jaar.

Mijn eerste avontuur. Ik kwam als 4de stuurman op een Ocean-Going-Tanker (8000 ton) in Singapore aan, werd afgemonsterd voor een overplaatsing, tevens promotie, en in Het Adelphi Hotel ondergebracht om op mijn schip te wachten. Mijn eerste daad, op aanraden van collegaas, was mij een pak en schoenen aan te laten meten door een Chinese kleermaker. Tegen vijf uur werd alles netjes afgeleverd. En na een bad kleedde ik mij puur deftig aan en wandelde naar de eetzaal, waar iedereen mij bekeek. Ik dacht zo, "zouden ze mijn pak en mijn two-tone shoes ook zo mooi vinden", tot ik ging zitten en tot de ontdekking kwam dat ik vergeten had mijn gulp(knoopjes) te sluiten. Over blozen gesproken.

De kapitein van een dezer tankertjes was een dierenvriend, hield niet zo maar een kat of een hond, maar een aap. Hij had de onderbrug, in de midscheeps, af laten zetten met hekgaas om een apenhok te maken, tot groot ongenoegen van de stuurlieden die daar hun hut hadden en daardoor hun poorten moesten dichthouden, en dat in de tropen, zonder airco. Enfin, om een lang verhaal kort te maken, we arriveerden in Balik-Papan, kwamen langszij en de aap viel overboord in de prut onder de steiger. Geen nood, in een ogenblik was hij terug aan boord, klom de brug op en zette zich op de wreef van een van de voeten van die Ouwe, die netjes in jas toetoep en lange broek gestoken was om scheepszaken bij een consul af te werken. Op een gegeven ogenblik voelde die kaptein echter letterlijk en figuurlijk nattigheid, keek naar beneden en met een machtige uithaal vloog die aap naar de andere kant van de brug, schrok zich het apenzuur en klom in de fluitlijn waarna de stoomfluit bleef loeien tot de Meester de stoom had afgezet. Het een en ander verwekte wel wat opschudding, niemand begreep wat er gaande was, er was geen aanvaring, geen brand en verder ook niets byzonders te zien, een avontuur op zich zelf, zo van kinderen kom binnen, daar kommen die zeemannen.

Een paar maanden later, de oorlog was inmiddels begonnen en de marine had een paar mijnenvelden gelegd in de baai van Balik-Papan. Niemand wist waar, behalve de loodsen en de Japanse herenkapper aan de haven. We kwamen aan, pikten de loods op en voeren op zijn aanwijzing naar binnen. Plotseling moest de goede man naar de W.C., waar zo als in die tijd gebruikelijk twee flessen, zogenaamde "botter tjebbok" stonden, een met water om je achterste af te spoelen, bij onze Indie-gangers welbekend, en een met creosoot om de W.C. schoon te maken. Wel, de kansen waren 50/50 dus pakte hij de verkeerde fles. Die arme arme man met zijn aangebrande bitterballen.We zijn uiteindelijk toch zonder kleerscheuren voor de wal gekomen, anders had U dit niet kunnen lezen. Q,E,D,.

Geen humoristisch avontuur, maar wel een belevenis om niet te vergeten.